Ervaringsverhalen

terug naar het overzicht van de verhalen

Hisablatie

In het voorjaar van 1990 na een halve marathon (21,1 km) te hebben gelopen, begint na ongeveer een uur mijn hart ineens weer te versnellen, terwijl ik niets deed. Dit ging zo uren en uren door. Het was zeer beangstigend. Dus maandagmorgen naar de huisarts gegaan (de hartslag was toen weer normaal) en hem mijn verhaal verteld, maar hij kon niets vaststellen. Als het weer gebeurde moest ik maar terugkomen. En het gebeurde dus weer en ik werd doorverwezen naar de cardioloog. Deze verrichtte onderzoek. Alles leek goed te zijn, totdat ik er plotseling weer last van kreeg. Ik ben direct naar het ziekenhuis gegaan waar men vaststelde dat ik boezemfibrilleren had. Nu, dat was niet zo erg want daar ga je niet aan dood en er waren prima medicijnen om dat te behandelen. Nadat de medicijnen eerst een tijd goed hadden geholpen, begon de ellende. Ik kreeg toch steeds weer last van boezemfibrilleren. Na, in de afgelopen twee jaar, bijna alle medicijnen tegen ritmestoornissen te hebben gebruikt en nadat het boezemfibrilleren steeds frequenter optrad werd mij voorgesteld om een hisbundel ablatie te ondergaan. Dit maakt het echter noodzakelijk om voor de operatie een pacemaker van het type DDDR te implanteren. Dit type pacemaker heeft een mode-switch. Bij boezemfibrilleren worden de ongewenste snelle boezemsignalen genegeerd en wordt de hartkamer in een veilige frequentie gestimuleerd. Na implantatie van deze pacemaker moest ik ruim zes weken wachten om de leads (de pacemakerdraden) goed te laten vastgroeien. Daarna is de hisbundel ablatie uitgevoerd in het AZU in Utrecht.

Wat is nu een hisbundel ablatie?
Men voert via de rechter lies een katheter op naar het hart en zoekt daar de hisbundel op. Vervolgens wordt die dan doorgebrand door verwarming of radiofrequentie. Dit is een zeer moeilijk en nauwkeurig proces, waarbij de patiŽnt volledig bij kennis is; dus niet onder narcose. Voor de patiŽnt is dit vrij belastend omdat hij vaak uren (1 tot 4 uur) stil op een smalle tafel moet liggen. Het doorbranden van de hisbundel is definitief en men zal zijn verdere leven altijd van een pacemaker afhankelijk zijn. Echter hierna heeft men dan geen last meer van boezemfibrilleren; er is geen versnelde hartslag meer. Het is evenwel niet zo dat men niets meer merkt van het boezemfibrilleren, want dit is niet over. Maar de kwaliteit van het leven wordt er beter door. Soms blijkt het nodig om na de hisbundel ablatie, toch weer medicijnen in te nemen. Dit is mijn ervaring.

Piet Heijnen
Lid werkgroep pacemakers
26 oktober 2002