Landelijke dag 15 juni 2002 - Lezing door dr. J.H. Ruiter

"Waarom dŠt type pacemaker" lezing door de heren dr. J.H. Ruiter, cardioloog Medisch Centrum Alkmaar en ing. J. van der Bij, sales engineer van Vitatron Nederland

Dr. Ruiter zegt sinds 1980 werkzaam te zijn in de "pacemakerij", en heeft inmiddels zo'n 2000 pacemakers geÔmplanteerd. Tevens is hij nauw betrokken bij de ontwikkeling en evaluatie van de nieuwe AT/AF pacemakers. Het is een boeiend vak: de cardioloog stelt een diagnose, behandelt de patiŽnt en vervolgens ziet men de patiŽnt snel opknappen.

Anatomie en fysiologie

Het gezonde hart is een spier die dag en nacht meestal feilloos zijn werk doet
Het hart bevindt zich iets links van het borstbeen (sternum) Er wordt over een linker- en een rechter hartdeel gesproken. Het rechter deel pompt het bloed naar de longen en het linker deel pompt het bloed het lichaam in. Iedere helft heeft een voorkamer (boezem) en een kamer. De linker kamer is het sterkst omdat deze het bloed door het hele lichaam moet pompen. De oorzaken van boezemfibrilleren zijn gelegen in de voorkamers. Het is een ziekte of aandoening van met name de linker voorkamer.

De bloedsomloop

Bij het transport van zuurstof en stofwisselingsproducten is er sprake van twee afzonderlijke systemen. Het zuurstofrijk bloed stroomt vanuit de longen via de longader naar de linker boezem en via de linkerkamer door de grote lichaamsslagader naar het lichaam. Het bloed gaat via vertakkingen in kleine slagaders en haarvaten naar de organen, waar het bloed van zuurstof en voedingsstoffen wordt ontdaan. Daarna gaat het bloed weer onder lage druk via de aders naar de rechter voorkamer en de rechter kamer. Van daar uit wordt het bloed de longen ingepompt waar het dan weer van zuurstof wordt voorzien.

Impulsopwekking en geleiding

Het hart is een pomp en heeft een elektrisch signaal nodig om aan het werk te kunnen. Van de vier ruimtes van het hart, zijn de bovenste twee voorkamers (boezems), ook wel atria genoemd. De onderste twee zijn de kamers, ofwel ventrikels. Het ritme van het hart wordt bepaald door een plekje in de hartboezem, dat stroompjes uitzendt; de sinusknoop. Het ritme waarmee dit gebeurt is het sinusritme. Door deze stroompjes trekt de boezem samen, waardoor het bloed in de hartkamer wordt gepompt. Tussen hartboezem en hartkamer bevindt zich een soort grenspost, de atrioventriculaire knoop (AV - knoop), die het elektrische signaal iets vertraagd.
In feite kan iedere cel in het hart activiteit opwekken; iedere cel kan dus die pacemakerfunctie vervullen. Echter de genoemde cellen zijn hiervoor het meest geschikt. Dit uit zich door het feit dat deze cellen krachtiger kunnen 'vuren'. De sinusknoop kan pulsen van 60 naar 150 tot 200 slagen per minuut afgeven. De AV- knoop kan tot 40 ŗ 50 slagen per minuut genereren. De cellen onder in de hartkamers kunnen zo'n 30 slagen per minuut ontwikkelen. Als de natuurlijke pacemaker het even niet doet, dan hoeft men dus niet bang te zijn dat men geen hartslag meer heeft. Het is wel zo, dat men soms enkele seconden moet wachten, waardoor de patiŽnt flauw kan vallen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een plotselinge breuk in de elektrische geleiding in het hart.

Het ECG (electrocardiogram)

Het hart bestaat uit meer dan 1 miljard cellen, die een eigen elektrische lading ontwikkelen. In het ECG worden deze gegevens in een grafiek weergegeven. De gegevens zijn afhankelijk van de plaats van de meting; daarom wordt op verschillende plekken gemeten. De grafiek van ťťn hartslag benoemt een aantal punten. Bij de P-golf trekken de voorkamers samen, (voorkamer activiteit) Van de voorkamer gaat de prikkel naar de kamer; bij het QRS-complex trekken de kamers samen. Ter plaatse van de T-golf ontspannen de kamers zich. Het ECG is ťťn van de belangrijkste onderzoeksmethodieken voor de cardioloog.

Ziektebeeld

  • Sinus caroticus en vasovagale problematiek
    Mensen met een bepaalde vorm van flauwvallen kunnen soms veel baat hebben bij een pacemaker. Deze patiŽnten moeten zeer nauwkeurig onderzocht worden (kanteltafeltest) Bij deze aandoening is de sinus caroticus, een kleine sensor in de halsslagader, overgevoelig. Mannen die zich scheren kunnen plotseling ondersteboven vallen. Dit kan ook tijdens het autorijden gebeuren als zij zich omdraaien. Ook hier kan een pacemaker een goede oplossing bieden.

    Het aantal mensen met boezemfibrilleren is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Het is vooral een ziekte van de oudere mens. Eťn op de tien mensen boven de 80 jaar heeft last van boezemfibrilleren.

  • Zieke sinusknoop
    Eťn van de kenmerken van een zieke sinusknoop (SSS) is dat de boezems de frequentie tijdens inspanning niet kunnen vasthouden. De kamers volgen dit patroon. Deze mensen kunnen zich nog wel redelijk inspannen maar vallen daarna flauw, omdat de hartfrequentie na afloop van de inspanning plotseling terugvalt.

  • AV - blok
    Bij een ritmestoring als gevolg van een AV-blok is er geen coŲrdinatie tussen boezems en kamers. De kamers krijgen niet meer het juiste ritme door. De geleiding is niet meer ťťn op ťťn. De kamers lopen op een "escape-ritme" (langzaam)

    De symptomen van de bovengenoemde ritmestoornissen zijn:
    Wanneer een pacemaker?

    Wanneer een hart te langzaam en / of onregelmatig slaat kunnen de volgende klachten ontstaan: Bovengenoemde klachten kunnen aanleiding zijn voor het plaatsen van een pacemaker.

    Actuele stand

    Op dit moment worden wereldwijd jaarlijks 600.000 pacemakerimplantaties uitgevoerd, waarvan 185.000 in de VS (70% twee kamersystemen), 185.000 in Europa (37% twee kamersystemen) en 6000 in Nederland (60% twee kamersystemen) Het twee kamersysteem werkt met twee draden en is kostbaarder.

    terug verder